Biomassa

Al sinds de start van deze collegeperiode wordt er met regelmaat in de raadszaal, maar ook veel op straat gesproken over de drie geplande biomassacentrales in Waddinxveen; “hoe heeft het college of de raad dit toe kunnen laten”, “wij maken ons zorgen over de gezondheid van ons en onze kinderen”, “geen biomassa in Waddinxveen!”. Laten we beginnen met dat wij als VVD fractie alle zorgen begrijpen, maar wij bemerken ook dat niet altijd alle feiten bij een ieder bekend zijn.

 

In 2013 en 2014 zijn respectievelijk de  bestemmingsplannen Glasparel+ (juli 2014) en Zuidplas Noord (juni 2013)  in de raad van Waddinxveen aangenomen die het mogelijk maken voor ondernemers om bijvoorbeeld biomassacentrales te bouwen, mits deze voldoen aan de eisen. Destijds zijn door inwoners en ondernemers geen zienswijzen ingediend die raken aan de discussie rondom biomassa tegen deze bestemmingsplannen en de raad heeft deze bestemmingsplan unaniem aangenomen. Wellicht denk u hoe kan dit? In onze beleving zijn hier twee belangrijke redenen voor:

 

− de betreffende bestemmingsplannen maken veel meer vormen van industrie en ondernemingen mogelijk. Dat een biomassacentrale hier binnen past is niet uniek voor een dergelijk bestemmingsplan, maar destijds was er geen enkele aanleiding om dit bestemmingsplan aan te scherpen op dit vlak;
− op dit moment is er zowel landelijk als lokaal veel aandacht voor biomassa. Waar biomassa een aantal jaar terug als erg goede oplossing werd gezien als alternatief voor gas komen er inmiddels steeds meer tegengeluiden over de duurzaamheid van deze oplossing. Als dus al specifiek aandacht was besteed
aan de mogelijkheid voor een biomassacentrale destijds dan waren er met de inzichten van toen waarschijnlijk nog steeds niet zoveel bezwaren geweest tegen deze ontwikkeling als nu.

 

Wil dit nu zeggen dat wij om deze redenen onze handen van deze discussie aftrekken? Nee, als wij destijds de huidige inzichten over biomassa hadden gehad dan waren wij kritischer geweest op deze ontwikkeling. Wij zouden duidelijkere kaders hebben gesteld en nagedacht hebben over waar welke locaties geschikt zouden zijn, hoever ze van de bebouwde kom zouden moeten liggen en hoe hoog de schoorstenen zouden moeten zijn.

 

In september 2018 heeft de gemeenteraad van Waddinxveen unaniem gevraagd om onderzoek te doen naar de luchtkwaliteit in Waddinxveen en de mogelijke invloed van o.a. Biomassacentrales op deze luchtkwaliteit. Op 27 november 2019 zijn de resultaten van dit door de raad verzochte luchtkwaliteitsonderzoek gepresenteerd door onderzoeksbureau Tauw. De belangrijkste uitkomsten:

 

− de luchtkwaliteit gaat los van de ontwikkelingen binnen onze gemeente in de toekomst fors verbeteren door o.a. Een veranderend wagenpark (meer elektrisch, minder oude diesels).
− Grootste luchtvervuiler in Waddinxveen is en blijft de A12.
− Het effect van biomassacentrales op de luchtkwaliteit is van veel verschillende factoren afhankelijk. In de regel geldt wel at kleinere centrales vervuilender zijn dan grote centrales. Dit heeft met name te maken met de verbrandingstemperatuur, filters en hoogte van de schoorsteen.
− Het effect van de drie geplande centrales zorgt in een kleine straal om de centrales heen voor een licht verhoogde fijnstof uitstoot.
− Particuliere houtkachels ook nog een flinke bijdrage leveren aan de fijnstof uitstoot in ons dorp.

 

Wat gaan wij als fractie met deze inzichten doen?

 

Het college heeft een concept (paraplu)bestemmingsplan opgesteld welke het niet meer mogelijk maakt om grotere biomassacentrales te ontwikkelen binnen onze gemeentes. Kleinere centrales zijn binnen dit plan nog wel toegestaan. Wij zullen bij de bespreking van dit plan kijken wat de mogelijkheden zijn om meer kaders te stellen voor de juist vervuilendere kleine centrales. Daarnaast zullen wij ons als fractie hard (blijven) maken voor de zoektocht naar goede, betaalbare en  duurzame oplossingen om onze bijdrage te leveren aan het gesloten klimaatakkoord. Wij mogen dan geen “groene” partij zijn, maar vinden het van groot belang om onze verantwoordelijkheid te nemen om nu het juiste te doen voor toekomstige generaties.